Rehabilitatie De Kom al sinds 1969

In 1969 legde de Surinaamse Studenten Unie (SSU) te Leiden de basis voor het eerherstel van de grote Surinamer Anton de Kom, strijder voor een rechtvaardige sociale orde in een vrij Suriname. Anno 2021 lijkt ook de Nederlandse regering daar werk van te willen maken.

DOWNLOAD HIER
DE ORIGINELE, DOOR DE FAMILIE DESTIJDS GEAUTORISEERDE EN NU GEBUNDELDE UITGAVES VAN DE KOMS MANUSCRIPTEN
Strijden ga ik
Wij Slaven van Suriname

ZOALS IN 1969 GESTENCILD EN VERSPREID DOOR DE SSU-STUDENTEN

Eind 2020 vroeg de Tweede Kamer middels een motie aan de regering om eerherstel voor de Surinaamse schrijver, activist en verzetsheld Anton de Kom. (Het Parool, 18-12-2020) In januari 2021 liet minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken weten te werken aan een “ruiterlijk gebaar”, waarop de nabestaanden van De Kom verheugd reageerden. (Het Parool, 30-01-2021) Het eerherstel voor De Kom, die door de Nederlandse koloniale overheid in Suriname en Nederland gelijk zwaar gedwarsboomd werd bij het verwezenlijken van zijn dromen en het leven van zijn leven, is een al heel lang lopende zaak. Het begon allemaal met een groep studenten in het Leiden van 1969, die van de familie toestemming kreeg om werken van De Kom zelf te verspreiden. Die werken worden u in bovenstaande uitgave opnieuw gepresenteerd, precies zoals ze destijds gestencild zijn, teneinde de meer dan vijftigjarige geschiedenis van de rehabilitatie van Anton de Kom recht te doen.

De ware geschiedenis van Curaçao in WOII

In aanloop naar de viering van 10 jaar Curaçaose autonomie plaatste de SEOC een advertentie in het Antilliaans Dagblad om een belangrijke kanttekening te zetten bij de promotie van de Curaçaose WO II geschiedenis zoals die nu plaatsvindt in Nederland. Zoals te doen gebruikelijk worden de Aprilmoorden gevoeglijk genegeerd. Daar moet en zal verandering in komen, onder meer door de publiciteit te zoeken.

IM Ben Smit, architect met hart voor Curaçao

Afbeelding

De vermaarde architect Ben Smit overleed gisteren op 97-jarige leeftijd. Onder zijn bekendste werken rekent men iconen van bouwkunst op Curaçao zoals het Hilton, het Intercontinental (later Van der Valk), de Antilliaanse verffabriek en de nieuwe vleugel van het St. Elisabeth-ziekenhuis. Smit woonde met zijn gezin op Curaçao van 1943 tot 1969, het jaar waarin het gezin naar Nederland verhuisde. Maar het hart van de architect bleef zijn hele langen leven in de Antillen, getuige het IM dat deze morgen in de Volkskrant verscheen.

Herdenking 2019 online

Van de afglopen 20 april gehouden Aprilmoorden herdenking staan vanaf vandaag vijf video’s online. u kunt deze bekijken via onze videopagina.

Het gaat om beelden van het Hymno Nacional van Curaçao dat aan het begin gezongen werd, en vervolgens om de toespraken van Pacheco Domaccasé, Sing Pong Lee (zoon van Wei Lee, een in 1942 geïnterneerde Chinese arbeider in het kamp Suffisant) en de ministers van BPD en OWCS, respectievelijk drs. ing. Armin Konket en mw. drs. Marilyn Alcalá-Wallé.

Al deze toespraken werden gehouden in het Papiaments.

Nieuwe publicatie: ‘Foute Dokters’

SEOC voorzitter Nizaar Makdoembaks heeft sinds dit voorjaar een nieuwe publicatie op zijn naam staan. Het boek is toegevoegd aan de categorie ‘Oost-Indië’ op onze Publicaties pagina en draagt de titel ‘Foute dokters en de tabaksindustrie van Sumatra; (K)NMG en de tientallen miljoenen overzee‘. Het betreft een diepgravend onderzoek naar de rol die artsen speelden bij de onderdrukking en mishandeling van contractarbeiders onder het Nederlandse koloniale regime in Oost-Indië. De gruwelen die zich daar afspeelden werden mogelijk gemaakt door de wetgeving, die puur in dienst stond van de werkgevers – de (tabaks-) planters.

Maar juist de eerste ooggetuigen van de misstanden, de artsen die over de gezondheid van de contractarbeiders moesten waken, deden niet of nauwelijks iets voor het welzijn van hun patiënten. Zij bevonden zich dan ook in een lastige positie, aangezien de meesten door overheid of planter betaald werden en dus een verregaande afhankelijkheidsrelatie hadden. Een koepelorganisatie als de (K)NMG had die klokkenluidersrol mooi op zich kunnen nemen, zeker gezien haar statuten waarin de Nederlandse koloniën expliciet vermeld stonden als aandachtsgebied. Maar de (K)NMG deed niets in die richting en liet daarmee niet alleen de contractarbeiders vallen, maar ook de artsen in Oost-Indië die hun patiëntenzorg wel hoog in het vaandel hadden staan.