De Aprilmoorden herdenking 2025 in foto’s

Dit jaar viel de jaarlijkse Aprilmoorden herdenking tegelijk met Pasen, daarom koos de SEOC voor een summiere bijeenkomst een dag eerder, op 19 april jl. Onder de genodigden bevonden zich onder meer twee medewerkers van het ministerie van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport (OWCS) te weten mw. Corine Clementia Blom en mw. Sambo-Velder en de voorzitter van de vakbond STrAF, Juan Lourens. Namens de SEOC waren onder meer Wim van Lamoen en Randall Brute aanwezig.

Begraafplaats Kolebra Bèrdè waar de slachtoffers van de Aprilmoorden begraven liggen.
Namens de SEOC legden dit jaar Randall Brute en Wim van Lamoen een krans.
Mw. Sambo-Velder en mw. Corine Clementia Blom bij de krans die zij legden namens de regering van Curaçao.
De kransleggers v.l.n.r.: mw. Corine Clementia Blom (ministerie van OWCS) en Juan Lourens (voorzitter van de vakbond STrAF ), mw. Sambo-Velder (ministerie van OWCS), Wim van Lamoen en Randall Brute (beide SEOC).

Juan Lourens (STrAF ) en Wim van Lamoen (SEOC) legden ook een krans bij het standbeeld van Louis Doedel.

Na afloop werd op de begraafplaats nog even rustig nagepraat.

Aprilmoorden herdenking 2025 in AMIGOE

De dit jaar summiere herdenking werd in verband met Pasen gehouden op zaterdag 19 april, op de begraafplaats Kolebra Bèrdè; zie hier het bericht in Amigoe van 19-4-2025:

Op de foto linksonder zijn te zien, v.l.n.r.: mw. Corine Clementia Blom (ministerie van OWCS) en Juan Lourens (voorzitter van de vakbond STrAF ), mw. Sambo-Velder (ministerie van OWCS), Wim van Lamoen en Randall Brute (beide SEOC).

Nieuwe boek van Makdoembaks over Fernandes gepubliceerd

Met zijn nieuwste publicatie – Een geschiedenis van de Joodse familie Fernandes en hun slaven – Voorspoed en tegenslag tijdens en na de slavernij in Suriname – duikt auteur Nizaar Makdoembaks opnieuw in een bijzonder stuk Surinaamse slavernijgeschiedenis. Hij onderzocht de geschiedenis van de familie Fernandes en hun slaven. Daarbij kwam onder meer in beeld hoe de grootouders van Isaak de slaven nog behandelden zoals door de eeuwen heen gebruikelijk was: als vee of werktuigen. Hun kinderen echter – de ouders, ooms en tantes van Isaak – gingen daar rond de afschaffing van de slavernij anders mee om.

Van direct fortuin uit de slavernijtijd bleek voor de telgen Fernandes geen sprake. En tot op de dag van vandaag kan het concern bogen op een sociaal imago met hart voor haar werknemers. De algemene geschiedenis is altijd verweven met persoonlijke levensverhalen. Een voortdurende wisselwerking. Zo speelde en speelt de Portugees-Joodse familie Fernandes een vooraanstaande rol in de Surinaamse samenleving. Hun voorvaderen waren actief als bakkers, handelaren en plantagehouders. De familie was dus al goed ingebed in de Surinaamse economie toen Isaak Fernandes (1866) het concern Fernandes oprichtte en uitbouwde, daarbij geholpen door zijn zoon Jule, die in 1938 een lucratieve licentie voor Coca-Cola wist binnen te halen.

Zoals zo vaak levert historisch onderzoek ook bijzondere bijvangsten op. Makdoembaks reconstrueert niet alleen hoe het de slaven van Fernandes rond de afschaffing verging, hij volgt ook de levensgeschiedenissen van enkelen van hen en hun nazaten in de decennia na de afschaffing. Dit doet hij aan de hand van slavenregisters, manumissieregisters en de archieven van de burgerlijke stand. Daarbij ontvouwt zich een breed scala aan levenslopen vol tragiek – door kindersterfte en armoede – en sporadisch succes. Het is van belang dat nader onderzoek meer licht werpt op die verhalen, want de slaven zijn in feite de wortels van de veelkleurige, hedendaagse Surinaamse samenleving.

Zie ook het artikel in Starnieuws van 9 april 2025.

Makdoembaks blikt in Suriname vooruit op nieuwe publicatie

Op 20 december 2024 gaf Nizaar Makdoembaks samen met historica Mildred Caprino in het Nationaal Archief Suriname een voorbeschouwing op zijn in 2025 te verschijnen boek over de slavernijgeschiedenis van de familie Fernandes.

LEES HET ARTIKEL OVER DE BIJEENKOMST IN DE WARE TIJD ONLINE

Makdoembaks in het NAS op 20 december 2024 – Foto: Audry Wajwakana, DWTonline, 28-12-2024.

Surinaamse president Santokhi legt krans bij Doedel standbeeld op Curaçao

Nabestaanden Doedel aanwezig bij de plechtigheid

Tijdens zijn bezoek aan Curaçao heeft de Surinaamse president Chandrikapersad Santokhi vandaag het nationaal monument, begraafplaats Kolebra Bèrdè bezocht en daar een krans gelegd bij het standbeeld van Louis Doedel. De president legde de krans samen met zijn echtgenote en in het bijzijn van op het eiland woonachtige nabestaanden van Doedel. Stichting Eerherstel Oorlogsslachtoffers Curaçao (SEOC) en de vakbond Sindikato Trahadonan Aduana i Fiskalia ( S.Tr.A.F.) woonden de plechtigheid bij, tezamen met lokale notabelen.

BERICHT OP STARNIEUWS

President Santokhi schudt de hand van een nabestaande van Doedel na de kranslegging.

President Chandrikapersad Santokhi is op maandag 21 oktober, vergezeld door First Lady Mellisa Santokhi-Seenacherry en minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking (BIBIS), vertrokken naar Aruba en Curaçao voor een officieel werkbezoek. Doel is de economische en diplomatieke samenwerking verder uit te bouwen en het versterken van de bilaterale banden. Op Curaçao stond voor de president en zijn echtgenote onder andere een bezoek aan begraafplaats Kolebra Bèrdè op het programma. Daar staat al meer dan 10 jaar een standbeeld van de Surinaamse vakbondsleider en publicist Louis Doedel.

Louis Alfred Gerardus Doedel was een vakbondsleider die streed voor gelijkheid, broederschap en solidariteit tussen mensen. SEOC en S.Tr.A.F. betoonden eer aan Doedel door in 2013 een standbeeld van hem te plaatsen op het kerkhof Kolebra Bèrdè. Dit ter nagedachtenis aan het onrecht dat hem is aangedaan in de jaren ’30 op Curaçao (1930-1931) en in Suriname, waar hij vanaf 1937 tot 1980 onterecht werd opgesloten als psychiatrisch patiënt.

In 2010 maakte SEOC voorzitter Nizaar Makdoembaks zich, naast zijn werk voor de Chinese oorlogsslachtoffers van de Aprilmoorden, ook hard voor de rehabilitatie van de Surinaamse vakbondsman en publicist Doedel (1905-1980). Omdat Doedel als activist tot wasdom kwam toen hij als gastarbeider werkzaam was op Curaçao plaatste de SEOC ter ere van zijn nagedachtenis in 2010 een borstbeeld van Doedel op begraafplaats Kolebra Bèrdè. Dit beeld werd in 2013 ontvreemd, waarna de SEOC in samenwerking met S.Tr.A.F. nog datzelfde jaar een nieuw standbeeld liet plaatsen. Dat standbeeld staat tot op de dag van vandaag op de begraafplaats en houdt de geschiedenis van Doedel op Curaçao levend. Zijne excellentie premier Santokhi en de First Lady betuigden met dit bezoek en de kranslegging hun respect aan de rol van Doedel in de geschiedenis.

De op Curaçao woonachtige nabestaanden van Louis Doedel bij de krans gelegd door de Surinaamse president Santokhi en diens vrouw.
Mw. Albertina, naaste medewerkster van premier Gilmar Pik Pisas, doet het presidentieel echtpaar uitgeleide na de plechtigheid bij het standbeeld van Louis Doedel.

FOTO-IMPRESSIE APRILMOORDEN HERDENKING 2024

Begraafplaats Kolebra Berde klaar voor de herdenking.
De genodigden arriveren, tweede van rechts de heer Moo.
Antonio Iltes, gevangenbewaarder, met op de achtergrond Aubert Wiels, de broer van de zeer gewaardeerde en veel te vroeg van ons weggenomen Helmin Wiels.
Gevangenbewaarder Antonio Iltes en herdenking organisator Randall Brute.
Herdenking organisatoren Randall Brute (L) en Nizaar Makdoembaks (R) met de dochter van de in 2017 overleden Julio Franciska, een van de laatst levende ooggetuigen van de Aprilmoorden.
Kranslegging door Sithree “Cey” van Heydoorn, minister van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport.
Toespraak Wim van Lamoen.
Muzikaal intermezzo door de Politie Harmonie.
Erevoorzitter van de SEOC, Nizaar Makdoembaks, op de bank van de in 2013 vermoorde Helmin Wiels, groot sympathisant van de SEOC.
Het standbeeld van Louis Doedel, symbool voor het activisme dat nog steeds nodig is om de Aprilmoorden onder de aandacht te houden en naar gerechtigheid te blijven streven voor de slachtoffers.

Makdoembaks onthult dader Rijswijkse moorden

Twee mannen pleegden een brute moordaanslag in Rijswijk in de nacht van 7 op 8 maart 1985. Drie mannen werden van dichtbij doodgeschoten, twee raakten zwaargewond. Alle slachtoffers waren lid van een amateurband. Zij repeteerden in de kantoorruimte op de verdieping waar ook de Raad voor de Bevrijding van Suriname was gevestigd, een organisatie die zich verzette tegen het regime van legerleider Desi Bouterse.

De zoektocht naar de daders begon meteen en de politie verspreidde onder meer een compositietekening van één van de daders. Gaandeweg het onderzoek ging men ervan uit dat het een vergismoord betrof met de Raad voor de Bevrijding van Suriname als het eigenlijke doelwit. Uiteindelijk is niemand voor de aanslag veroordeeld.

Op het moment van de aanslag was Nizaar Makdoembaks sinds enkele maanden bezig met het opbouwen van een huisartsenpraktijk in de Bijlmer. Als activistisch Surinamer kende hij de maatschappelijke en culturele achtergronden van vooral de Surinamers in dat stadsdeel. Toen Makdoembaks de compositietekening zag van één van de daders van de Rijswijkse aanslag, schrok hij. Hij herkende in de tekening een patiënt uit zijn praktijk. Wat moest hij doen, wat kón hij doen? Niets! Gebonden als hij was aan zijn medisch beroepsgeheim, alsook bevreesd voor mogelijke vergeldingsacties van Surinamers die Bouterse steunden.

Nu, bijna veertig jaar later, geldt dat beroepsgeheim nog steeds. Desondanks durft Makdoembaks zijn zwijgen te doorbreken in het kader van de waarheidsvinding. Hij gaat in op de achtergrond van zijn ‘patiënt A’, een man met nota bene een diplomatenpas als tijdelijk ambtenaar van de Surinaamse ambassade.

Een onthullende reconstructie.

Nizaar Makdoembaks erevoorzitter van de SEOC en een voormalig huisarts. Hij publiceerde meer dan 25 studies, over de geschiedenis van de voormalige Nederlandse koloniën en over de gezondheidszorg in Nederland, waaronder Racisme in de Bijlmer (2021), Lachmon en Hindostaanse godfathers in Suriname (2022) en Polaks slavernijverleden en Beekes genitaal verminkte Sophia (2023).